Bij het traditioneel inrichten van servers valt bij het falen van een server deze functionaliteit direct weg, waardoor deze server niet meer toegankelijk is voor de gebruikers. In het geval van virtualisatie wordt de rol van deze server overgenomen door de andere fysieke server binnen de VMware omgeving
(zone 1)
Om de doelstelling te bereiken van een betrouwbare infrastructuur wordt het traditionele model van een server met storage voor een applicatie los gelaten. De architectuur wordt opgedeeld in een aantal lagen welke onafhankelijk van elkaar gesized en aangepast kunnen worden. De volgende lagen zijn daarin te onderscheiden:
• Data of storage laag
• Applicatie of server laag
• Toegangs of netwerk laag
De beschikbaarheid per laag kan verschillend zijn. Er moet echter wel rekening worden gehouden met de hiërarchie in het model. De onderste laag moet dus altijd de hoogste beschikbaarheid hebben. Daarom wordt er bij het Datacenter in a BOX concept ook gewerkt met volledig redundant (dubbel uitgevoerde) ISCSI of Fiber storage systemen. Daarnaast is de architectuur heterogeen. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld in de storage laag meerdere typen systemen gebruikt kunnen worden naast elkaar (SAN en NAS) en in de applicatie laag meerdere operating systemen en applicaties naast elkaar kunnen worden toegepast (zone 2)
|